De afloop.

“De Ark” Noordwijk/”De Heining” Amsterdam

Twee uur na de ontvoering werd een brief door de ontvoerders bij een Haags politiebureau bezorgd. In die brief stond o.a. Wil men Heineken en Doderer in levende lijve terugzien, dan moesten in Villa “De Ark”in Noordwijk binnen 72 uur vijf postzakken transport klaar staan, waarin 35 miljoen in Nederlandse, Amerikaanse, Duitse en Franse valuta.

De ontvoerders stellen zich voor als “de Adelaar” en noemen hun tegenstanders “de Haas”. Wanneer “de Haas” bereid is om aan de eisen van  “de Adelaar” te voldoen, dient men een advertentie in “De Telegraaf” onder de rubriek “Felicitaties” met de volgende tekst “Het weiland is groen voor de Haas” te plaatsen.

Hierop zullen de ontvoerders telefonisch reageren. Het recordlosgeld moet door een ongewapende politieman worden overhandigd.

Na een mislukte route gaat het een tweede keer wel goed (zondagavond 27 november). De politieman moest in een oranje Renaultbus richting Breda rijden.

Onderweg kreeg hij opdracht (de opdrachten zaten in plastic bekertjes, welke de ontvoerders op bepaalde plaatsen in de grond hadden verstopt) van auto te wisselen. Er stond een Ford combi, met daarin een portofoon gereed.

Het losgeld werd overgeladen, via de portofoon werd de rechercheur richting Maarsbergen gedirigeerd. Hier moest hij vaart verminderen en stoppen bij een gat dat was ontstaan doordat de ontvoerders een rooster hadden verwijderd.

De postzakken met het losgeld moest hij hier in laten zakken, deze rolden vervolgens handig via het talud aan de onderkant van het viaduct naar de auto van de kidnappers. Die het vervolgens in een van tevoren ingegraven vaten verstopten in een bosperceel bij Zeist.

Een helikopter die de hele route had gevolgd raakt in een luchtzak en mist zo de overdracht. Aangekomen in Amsterdam, ontdekken de ontvoerders dat ze worden geschaduwd door de politie, zij zien zo geen kans zich aan hun belofte te houden om Heineken en Doderer twee uur na de overdracht vrij te laten.

De politie bleek hun al een tijdje, dankzij een anonieme tip die een week na de ontvoering binnenkwam, op het spoor. De ontvoerders houden crisisberaad en drie van de vijf besluiten te vluchten en er wordt eerst nog 15 miljoen uit de grond gehaald bij Zeist en evenredig verdeeld.

Op woensdag 30 november 1983 (precies drie weken na de ontvoering) besluit de politie een inval te doen in de timmerfabriek op het industriegebied “de Heining” in het westelijk havengebied in Amsterdam. Hier wordt eerst niets aangetroffen, pas na enkele minuten ontdekt de politie een blinde deur in de loods, die leidt naar het cellenblok waar Heineken en Doderer gevangen zitten.

De komst van de politie maakt een eind aan deze vernederende en spannende periode. Diezelfde ochtend doet de politie invallen in verschillende plaatsen in het land waarbij in totaal 25 personen worden gearresteerd.

Gewapende agenten bestormen de wand met de verborgen deur.

Hierachter bevonden zich de cellen van Alfred Heineken en zijn chauffeur Doderer.

 

Uiteindelijk blijven er maar twee vast te zitten, Jan Boellaard en Martin Erkamps.

Bij arrestatie zijn ze beide in het bezit van 3 miljoen losgeld.

De overige drie daders zijn op de vlucht.

Op 5 december wordt het grootste gedeelte van het losgeld ontdekt in de bossen van Zeist. Eind december 1983 geeft één van de drie voortvluchtige daders, Frans Meijer zichzelf aan. De laatste twee, Cor van Hout en Willem Holleeder worden februari 1984 in Parijs gearresteerd.

Acht miljoen gulden is nog altijd zoek.

 

 

 

De loods in het Westelijk Havengebied van Amsterdam waarin Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer door Frans Meijer werden vastgehouden.

 

 

Alfred Heineken en zijn chauffeur Ab Doderen na hun vrijlating.

De ontvoering was voor Cor van Hout, en niet alleen voor hem, op een fiasco uitgelopen.